Een weeshuis voor meisjes in Birma: Wie helpt mee?
Voor vrienden en kennissen zal het niet nodig zijn, maar voor de
mensen die mij niet kennen, wil ik me graag even voorstellen. Mijn
naam is Cor Visser, ik ben econoom, nu gepensioneerd, vroeger werkzaam
geweest op het Ministerie van Economische Zaken en in directiefuncties
bij de sociale academie CICSA en de Hogeschool van Amsterdam. Sinds
zeven jaar maak ik reizen door Aziatische landen. Elk jaar verblijf
ik enige tijd in Nyaungshwe bij het Inle meer in Shan Staat in Birma
(Myanmar), waar ik goede contacten heb met de plaatselijke bevolking.
Daar ontmoette ik U Tet Tun, een weeshuisvader die moet bedelen
om zijn weeskinderen onderdak en eten te kunnen geven. De leefomstandigheden
van deze weeskinderen waren dermate slecht dat ik ze al enige jaren
heb geholpen met geld en adviezen. Maar nu heb ik extra hulp nodig.
Daarover gaat deze brief, een bedelbrief zoals u begrijpt.
Geschiedenis
Birma is één van de armste landen van Zuidoost-Azië.
De bevolking lijdt onder een militaire dictatuur en de economische
boycot van een aantal Westerse landen. Er is amper genoeg te eten
en vooral de situatie in de gezondheidszorg en het onderwijs is
bedroevend slecht. De kansen van kinderen zijn daar minimaal. Als
zij dan ook nog eens wees worden, is er voor hen bijna helemaal
geen hoop meer op een goede toekomst. Weeshuizen zijn in Birma niet
dik gezaaid en die paar die er zijn, werken onder zeer slechte omstandigheden.
De staat geeft een subsidie van nog geen eurocent per dag per kind
en voor de rest moeten ze het hebben van bedelen.
Wat is er al gerealiseerd
Samen met U Tet Tun heb ik de laatste jaren gewerkt aan een meer
structurele aanpak. Met behulp van giften van toeristen en een Japanse
ontwikkelingsgroep en met medewerking van een plaatselijke hoteleigenaar
hebben wij inmiddels een nieuw weeshuis voor jongens kunnen bouwen,
op eigen grond, inclusief een groente- en fruittuin. Daarnaast hebben
wij ook kleine bedrijven opgericht zoals een kippen- en varkenshouderij
en hebben we een tweedehands vrachtboot kunnen kopen. Het weeshuis
kan nu voor een deel draaien op de inkomsten van deze bedrijfjes.
Het aantal kinderen kon hierdoor worden uitgebreid van 20 tot circa
50. Er is nu een behoorlijke huisvesting met douches en toiletten,
de weesjongens hebben beter te eten en ze gaan allemaal naar school.
Wat willen wij nog meer
Zijn wij er daarmee? Nee, er is namelijk geen opvang voor meisjes
die wees zijn. Meisjes zijn in de Birmaanse cultuur achtergesteld
bij jongens. Als zij geluk hebben, worden ze opgenomen in een gezin
van een familielid, bij buren of bij vrienden. Veel van de weesmeisjes
worden daarentegen misbruikt als prostituees en verkocht aan bordelen.
Een liefderijke opvoeding is er niet bij, laat staan dat ze scholing
krijgen. Het onderbrengen van jongens en meisjes in één
gebouw is niet wenselijk in de Birmaanse cultuur. Daarom willen
we in dezelfde plaats nu ook een weeshuis voor meisjes oprichten,
op dezelfde basis als het jongensweeshuis, dus strevend naar zelfvoorziening.
Dankzij een gulle gever kon voor de bouw daarvan al een stuk land,
grenzend aan het jongensweeshuis, worden gekocht.
Wij denken aan een weeshuis onder begeleiding van één
á twee Birmaanse leidsters, waar de weesmeisjes voldoende
te eten krijgen en veiligheid en warmte vinden. Maar ook scholing,
want door het leren van een vak kunnen de kinderen later op eigen
benen staan en wordt de cirkel van armoede doorbroken. De oudste
weesmeisjes zullen elk één van de jongere kinderen
toegewezen krijgen als pupil, een systeem dat bij de jongens zijn
waarde al heeft bewezen. Daarnaast zullen de meisjes, daar waar
nodig, moeten meehelpen in de ondersteunende bedrijfjes, in de groente-
en fruittuinen en bij het verkopen van de producten in de omgeving.
Als de kinderen oud genoeg zijn en voor zichzelf kunnen zorgen,
verlaten zij het weeshuis om een eigen bestaan op te bouwen.
Wat is er nodig
U begrijpt dat wij veel geld nodig hebben om deze plannen te verwezenlijken.
Voor het gebouw is circa € 30.000 nodig en om de bedrijfjes
op te zetten circa € 20.000. Ik heb op mij genomen om te proberen
bij mijn vrienden, kennissen, organisaties, serviceclubs, bedrijven
etc. ongeveer 50% van de totale kosten in te zamelen. De rest hopen
wij te krijgen van toeristen die Nyaungshwe bezoeken en van plaatselijke
zakenlieden die hun hart op de goede plaats hebben zitten.
Uw giften
Voor de inzameling van geld ter verbetering van de levensomstandigheden
van weeskinderen in Birma hebben we in Nederland de stichting Care
for children in het leven geroepen. Langs deze weg doen wij een
dringend beroep op u ons daarin financieel te steunen. U kunt een
bedrag ineens geven, maar ook één of meer kinderen
voor uw rekening nemen á 10 euro per kind per maand. Stel
je eens voor: Als honderd mensen dit doen, kunnen deze twee weeshuizen
voor 100 kinderen onderdak, voeding en onderwijs verzorgen! Ook
stellen wij het enorm op prijs als u ons werk in Birma in uw familie
en kennissenkring onder de aandacht zou willen brengen. Desgevraagd
zenden we u graag meerdere exemplaren van deze brief toe, per post
of per e-mail, zodat u hem kan doorsturen.
Verantwoording
Als u besluit ons te steunen, krijgt u minimaal eens per jaar een
verslag van de vorderingen van dit project. Op die manier blijft
u betrokken bij de opbouw van het weeshuis en kunt u zien waaraan
uw geld besteed wordt. Alle giften komen voor de volle 100% ten
gunste van dit project; er zal niets aan de strijkstok blijven hangen.
Als er kosten moeten worden gemaakt, neem ik die zelf voor mijn
rekening. De giften zijn fiscaal aftrekbaar.
Het rekeningnummer van deze stichting is:
Het banknummer: 383573084 t.n.v. Stichting Care for Children,
Landsmeer.
Medebestuursleden van de stichting zijn:
Simon Goede, secr. en penningmeester,
`t Plankenpad 28 te Landsmeer.
Tel.: 020-4821195.
e-mail: simon_goede@hotmail.com
Maria Overmars,
e-mail: Maria@meydamovermars.nl.
Alvast hartelijk dank voor uw steun.
Cor Visser.
|